Voeding en bemesting van uw graszoden
Eén van de grootste fouten die met graszoden worden gemaakt is het niet op tijd geven van voldoende voeding. Veel mensen denken dat ze dan te vaak moeten maaien. Ook wordt wel eens gedacht dat de voeding die bij aanleg is gegeven in de vorm van potgrond of bemeste tuinaarde voldoende is voor een jarenlang mooi gazon. Dit is echter niet waar. Een gazon moet regelmatig voorzien worden van voeding met een voldoende hoeveelheid stikstof. Stikstof zorgt voor voldoende grasgroei en mooie en stevige graszoden. Maar deze meststof moet steeds worden aangevuld, omdat het door het gras wordt verbruikt. U kunt zelf heel goed zien of uw gazon een goede voedingstoestand heeft. Als de kleur van het gazon lichtgroen of geel is en u (in het groeiseizoen) minder dan 1 keer per week hoeft te maaien, is het gras dringend aan een bemestingsbeurt toe. Vroeger werd veel met 12-10-18 bemest. In deze NPK-bemesting zit 12% stikstof (N), 10% fosfaat (P), en 18% kali (K). Het grootste voordeel van deze meststof is dat het goedkoop is. U heeft per keer ongeveer 5 kg per 100 m2 nodig. Nadelen zijn deze kunstmest snel kans op wortelverbranding geeft en slechts voor 4 à 5 weken werkzaam is. Dan moet al weer opnieuw gestrooid worden.
Tegenwoordig zijn langwerkende meststoffen in de handel, die 3 à 4 maanden effectief blijven. Een voorbeeld van zo'n meststof is Nutrigrow. Deze meststof strooit u drie keer per jaar. In maart/april en juni/juli moet 3 kg per 100 m2 gestrooid worden en in september een laatste gift van 2 kg per 100 m2. Een ander voorbeeld van een langwerkende meststof zijn de organische meststoffen. Een voorbeeld hiervan is DCM gazonmest. Van deze meststof moet 3 keer per jaar 10 kg per 100 m2 gestrooid worden.
